Schooltelefoon … model uit de jaren ’90

Nog even de schooltelefoon uit de oplader halen, een model uit de jaren ‘90 waarvan de kinderen zich afvragen ‘wat je met dat ding kunt doen’ en dan kunnen we. Het schoolkamp gaat beginnen.

We hebben misschien de mooiste drie dagen van het jaar uitgekozen. Buiten straalt de zon en binnen stralen de gezichten van mijn groep 7. Generaties gingen hen voor en nu mogen zij. Zelf draai ik  mijn 10e schoolkamp en elk kamp blijkt na afloop de leukste. De verwachtingen zijn hoog. De temperatuur ook.

Werkdruk is vaak een probleem in het onderwijs. Doordat we alles van een kind in kaart hebben, staan die grafieken soms aardig in de weg als je naar het kind kijkt. En hoe meer je het kind in kaart hebt, des te schuldiger je je dan voelt omdat je niet altijd alles kan bieden waar het kind recht op heeft. Of schijnt te hebben. Het heerlijke van een schoolkamp (of een andere excursie) is, dat je zelf met het kind mag optrekken. En dat is verreweg het leukste van dit vak, vind ik. Geen rood, oranje, groen of blauwe lijnen maar een regenboog met al zijn of haar vaak onmeetbare unieke eigenschappen.

De auto’s zijn afgeladen. Natuurlijk tellen we drie keer mis om er vervolgens na een kwartier achter te komen dat auto vier toch drie kinderen achterin heeft in plaats van twee. De reis kan beginnen.

De eerste halte is het Nationaal Militair Museum. De eerste bonus voor de kinderen! Ze komen erachter dat ze de speurtocht zonder begeleiding doen. Geluk zit in de kleine dingen. Ze krijgen een pasje waarmee ze in en rond het museum de poortjes door komen. ‘Let er op dat je dit pasje niet verliest, want dan heb je een probleem’, zeg ik, omdat ik dat hoor te zeggen. Drie keer raden wie een half uur later achter mijn collega de poortjes door moet springen als een kangoeroe op het hete kolen? Hoe vaak zijn goedbedoelde adviezen eigenlijk niet stiekem voor mezelf bedoeld.

’s Middags na aankomst in onze accommodatie gaan we op speurtocht door het bos. We hebben van tevoren netjes tasjes gereserveerd maar ‘een vrijwilliger’ heeft de juiste tasjes niet klaargezet. Kan gebeuren. Zonder enig commentaar starten we met de herfsttocht, die nog wél beschikbaar is. Een hele ervaring met 27 graden op de thermo. De paddenstoelen vinden we nergens en ook de vraag over de kleur van de blaadjes op de grond hebben we vast niet goed beantwoord. Het maakt ook niet uit. We hebben in ieder geval geleerd hoe we moeten werken met een kompas. En het ijs smaakt prima.

De volgende dag lopen we van Zeist naar Austerlitz. Op basis van alleen Google Maps is dat best een goed idee. Na een afwisselende tocht (Hé kijk, hier is het complex van de KNVB!) komen we aan bij de Pyramide. De Franse tijd kan onze aandacht maar even boeien. De botsauto’s en de zweefmolen zijn veruit favoriet. En bij de kinderen ook. ’s Avonds genieten we van de bonte avond. Altijd dé ideale activiteit om onontdekt talent te vinden.
De stagemeester bevestigt waarom we mannen nodig hebben in het onderwijs: de meeste acts bestaan uit imitaties van mannelijke rappers en de jongens moeten toch van iemand die stoere zonnebril lenen.
Bijkomend voordeel is dat we met drie mannen zijn. Precies genoeg om de Toppers-act uit het stof te halen.
Na afloop breken we de installatie snel af, want die is de dag erna, 77 km verderop, weer nodig voor de Koningsspelen. Dat is ook werken in het onderwijs. Overal is het een feestje. Als je maar zelf de geluidsinstallatie meebrengt maar vooral de juiste snaar raakt.

Niet veel later is de hele groep uitgelopen om dé voetbalwedstrijd (met als prijs: eeuwige roem) te bekijken op de beamer die aangesloten is op de PlayStation. Het is tenslotte 2018.
Ik ben uitgedaagd door een leerling die er zeker van is dat ik na de wedstrijd huilend mijn bed opzoek. Ik snap zijn punt maar uiteindelijk ben ík degene die drie punten in mijn zak steek. De eer is gered. Ik kan volgende week gewoon met opgeheven hoofd de school door en vanavond ook zonder tranen mijn bed induiken. Maar wat wil je ook met Messi in je team.

We sluiten het kamp af met een bezoek aan een subtropisch zwembad. We bouwen één van de baden om tot een heus waterpolostadion. Doelen maken van zwembadstoelen blijkt prima te gaan. Het spel spelen met zoveel kinderen is een veel grotere uitdaging. Maar ze genieten, en daar gaat het om. Eenmaal terug op school druipen de kinderen één voor één af en bij thuiskomst overvalt de stilte me.

De conclusie, die ik tien jaar eerder al had getrokken, is bevestigd: geluk zit in de kleine dingen (En wat had ik weer een geluk!)

 

Meester Frank Gorissen was 2016 de Leukste leraar van Nederland! Hij geeft les op De Wegwijzer in Krimpen aan de Lek.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *